Wilhelm Gundel schreef interessante boeken over Egyptische astrologie maar bijna alle andere historici hielden vast aan een Babylonische en Griekse oorsprong.
Is er sprake van een vooroordeel bij historici? Ik vond enkele interessante uitspraken die lijken te bevestigen dat er inderdaad zo'n vooroordeel is.
Abraham Sachs schreef een uitstekend artikel over Babylonische horoscopen dat werd gepubliceerd in 1952. In dit artikel beschrijft hij ook de bronnen van de astrologie. Hij schreef: One of the most obscure problems with which the great classical scholars Cumont, Boll, and Gundel attempted to come to grips is the thorny question of the origin and early development of Hellenistic astrology. The first two of these men in general underlined the Mesopotamian component while Gundel discerned Egyptian influence peeping through almost everywhere.
Niet echt een objectieve beschrijving van Gundel's standpunt.
Zeven jaar later publiceerde Otto Neugebauer een andere verzameling met historisch horoscoop materiaal: Greek Horoscopes. Hij geeft een zeer deskundig overzicht van astrologische technieken waarbij hij ook de decanen beschrijft.
Hij geeft aan dat decanen van Egyptische oorsprong zijn. Maar als hij het boek van Gundel over decanen noemt schrijft hij: The reader should be cautioned, however, against Gundel's tendency to derive much too much from Egyptian sources.
Ik denk niet dat deze nogal onbeleefde uitspraken op Wilhelm Gundel persoonlijk waren gericht. In verschillende publicaties heeft Neugebauer laten zien dat hij geen positieve indruk heeft van Egyptische astronomie en wiskunde. Het is dan ook Egyptische kennis die het doel is van deze vreemde uitspraken.
Ik wil niet speculeren over de motieven. Maar wel geloof ik dat een studie van Egyptische teksten de moeite waard is als we de verborgen geheimen van de astrologie willen vinden.
Referenties
- A. Sachs, Babylonian Horoscopes. Journal of Cuneiform Studies, vol. VI, 1952, p. 50
- O. Neugebauer and H.B. van Hoesen. Greek Horoscopes. Philadelphia 1959, 1987. p. 6