In de Babylonische astrologie is de breedte van de Maan bijzonder belangrijk. Kennis van die breedte is nodig voor het berekenen van eclipsen. Daarom zijn er ook veel oorspronkelijke teksten gevonden die uitleggen hoe de breedte van de Maan wordt berekend. O. Neugebauer publiceerde veel van deze teksten en de bijbehorende vertalingen [1].
Astrologische toepassingen
De Maan Nodes zijn direct verbonden met de breedte van de Maan. De klimmende Node geeft aan op welk punt de Maan van negatieve (zuidelijke) breedte over zal gaan naar positieve (noordelijke) breedte. En de dalende knoop geeft de omgekeerde situatie aan.Volgens Rochberg [2] [3] onderscheidden de Babylonische astrologen vier posities.
- De Maan gaat voorbij de klimmende Node, de Maan heeft positieve breedte en de breedte neemt toe.
- De Maan beweegt naar de dalende Node, de Maan heeft positieve breedte maar de breedte neemt af.
- De Maan beweegt naar de stijgende Node, de Maan heeft negatieve breedte maar de breedte neemt toe.
- De Maan gaat voorbij de dalende Node, de Maan heeft negatieve breedte en de breedte neemt af.

Duiding
De duiding van deze posities is - voor zover bekend - beperkt tot positieve of negatieve indicaties. In een horoscoop uit -234 [4] lezen we:De Maan plaatst haar gezicht van het midden (zone van de node) richting positieve breedte.
Als (de Maan) haar gezicht plaatst van het midden richting positieve breedte, voorspoed en grootsheid.
Notes
- [1] O. Neugebauer, Astronomical Cuneiform Texts, Princeton/London, 1955. Volume I, pp. 190-193 (200 Section 6), 215-216 (200b Section 4), 216 (200c), 218-219 (200d Section 3 and 200e), 222-224 (200i Section 1), 245-246 (204 Section 1). Voor een algemene inleiding in de berekening van de lunaire breedte pp. 47-55. [terug]
- [2] Francesca Rochberg, The heavenly writing, Cambridge 2004, pp. 140-142. [terug]
- [3] Francesca Rochberg, Babylonian Horoscopes, Philadelphia 1998, pp. 42-43. [terug]
- [4] ibid. pp. 83-85. [terug]